Batman: Arkham City

Nadat je hordes naamloze vijanden hebt uitgeschakeld, kom je van tijd tot tijd een wat bekendere naam, en dus een bossfight tegen. Ik gaan natuurlijk niet spoilen wie er zoal tegenover je komen te staan, maar de meeste bekende Batman-bad guys zijn in volle glorie aanwezig. De baasgevechten zijn uitdagend genoeg, maar absoluut niet onmogelijk. De game geeft nooit helemaal weg hoe een vijand uitgeschakeld dient te worden, maar probeert met subtiele hints in te spelen op het logisch denkwerk van de speler, en dat werkt prima. Op deze manier geeft elk baasgevecht voldoening, en wordt het vechten met de toonaangevende figuren in Arkham City niet saai.

De hoofdverhaallijn loopt na ongeveer acht á negen uur spelen op zijn eind, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad. Daarna daagt het spel je uit de game nog eens te spelen, maar nu met alle vrijgespeelde gadgets tot je beschikking. Daar staat tegenover dat de vijanden lastiger zijn en dat je ook op bepaalde plekken andere – moeilijkere – vijanden zult vinden. Daarnaast kun je wederom aan de gang met de Riddler Challenges, die gericht zijn op combat tegen grote groepen vijanden en/of het ongezien uitschakelen van een bepaald aantal vijanden. In Combat draait het om combo’s en punten en in Predator gaat het om tijd, waarbij je scores natuurlijk in online leaderboards worden geplaatst.

Ondanks deze extra spelmodi zal Arkham City nooit een game worden die het van zijn herspeelwaarde moet hebben. Rocksteady zal zich daar geen zorgen over maken, want de andere onderdelen zijn stuk voor stuk ijzersterk. Dat geldt zeker ook voor de presentatie van het geheel. Net als in Arkham Asylum zijn de animaties van hoog niveau, zowel die van Batman en Catwoman als die van de verschillende vijanden die je tegenkomt. Al blijf Batman er toch te houterig bij lopen.

Ook de omgevingen zijn dik in orde, en datzelfde geldt voor het kleurgebruik. De spelwereld heeft de ‘gritty’ look die je verwacht van een Batman-game, met her en der contrast in de vorm van felle kleuren, zoals in de ‘lair’ van Poison Ivy. Net als het vorige spel beleeft Batman: Arkham City zijn audiovisuele hoogtepunten in de tussenfilmpjes, die wederom van hoog niveau zijn. De audiovisuele presentatie van het spel kan dus moeiteloos mee met het hoge niveau van de gameplay.

Batman: Arkham City profiteert niet van van het verrassingseffect dat Arkham Asylum had, maar heeft dat ook niet nodig. Rocksteady bewijst met dit spel dat Arkham Asylum geen toevalstreffer was, maar het fundament voor een succesvolle franchise. We zijn er zeker niet van overtuigd dat het verhaal eindigt met Batman: Arkham City. Als eventuele volgende games beschikken over een gelijkwaardige gameplay, afwisseling en audiovisuele presentatie, dan stellen we voor dat Rocksteady nu alvast begint, want net als Arkham Asylum is Batman: Arkham City een pareltje.

<vorige pagina


My Online Portfolio