Vrouw 3.0

Vrijheid en zelfbeschikking staan haaks op de patriarchale macht van
mannen, waarin vrouwen en dochters als familiebezit worden uitgewisseld:
door de ene man (de vader) aan de volgende (de echtgenoot en zijn familie).
Tot bruidsverbrandingen heeft dat in Nederland nog niet geleid, tot moord wel.
Vergeleken hiermee is het eerlijk delen van de afwas gezeur. Wat niettemin
de belangen van vrouwen, allochtoon dan wel autochtoon, verbindt, is dat
hun achterstelling te maken heeft met naar sekse gescheiden levenssferen. In
zijn extreemste, meest geseksualiseerde vorm houdt die segregatie in dat
mannen en vrouwen niet in één ruimte samen mogen zijn; afgezwakt, maar
desalniettemin zeer beperkend, gaat men uit van specifiek ‘mannelijke’ en
‘vrouwelijke’ taken, domeinen en eigenschappen.

Met de restanten van dit erfstuk worstelen wij nog steeds. Het burgerlijke
ideaal van een vrouw die door in ledigheid thuis te zitten tegelijk het bewijs
vormde van haar vrouwelijkheid en haar mans mannelijkheid, heeft zich over
alle sociale lagen verspreid en bereikte een hoogtepunt na de Tweede
Wereldoorlog, toen opvattingen over de voorgeschreven sekse-identiteiten en
opvoeding werden vastgelegd in talloze overheidsregelingen, of het nu
belastingen betrof of school- en winkeltijden. Toen Cisca Dresselhuys in 1992
samen met journaliste Marja Vuijsje begon met haar veelbesproken ‘meetlat’-
interviews, die nu opnieuw zijn gebundeld in een boek, was het beeld van de
vader die ‘s zondags het vlees komt snijden en de rest van de week zowel
fysiek als emotioneel afwezig is, nog tamelijk werkelijkheidsgetrouw.
Het werd dan ook een speerpunt van het Nederlandse feminisme en een impliciete
meetlat-maat, dat mannen en vrouwen de zorg voor huishouden en eventuele
kinderen samen zouden delen. Het recht op deeltijdwerk voor mannen en
vrouwen werd een actiepunt. Maar wat blijkt? Nederlandse mannen gingen
inderdaad minder werken, maar besteden die gewonnen vrije tijd aan sport en
hobby’s.

Moeten we het streven zorg en werk te delen dan maar laten schieten? Als
het aan gynaecoloog Egbert te Velde en socioloog Christien Brinkgreve ligt
wel. Zij bepleiten in Wie wil nog moeder worden? dat vrouwen het beste jong
kinderen kunnen krijgen en daar een tijdlang fulltime voor zorgen, liefst op
kosten van de samenleving. Brinkgreve en Te Velde concluderen uit de
langzame voortgang van het gezamenlijk zorgen simpelweg dat de seksen nu
eenmaal wezenlijk verschillen. Mannen kunnen niet zorgen, vrouwen blijven
graag thuis; economische zelfstandigheid is een verkeerd doel. Nogal
ontmoedigend voor al die moderne vaders, en dat zijn er toch heel wat, die
wél met veel plezier voor hun kinderen zorgen. Bovendien ook erg vervelend
voor vrouwen die zichzelf niet (louter) als moeder definiëren.

<<vorige pagina


My Online Portfolio